Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 augustus 2020

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 7 augustus 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:741.

Een tweede kritiekpunt werd hiervoor in 3.10 al even aangestipt. De curator of wederpartij die na het uitspreken van het faillissement beroep instelt – teneinde te voorkomen dat een beslissing onherroepelijk wordt – zal moeten doorprocederen, terwijl niet steeds duidelijk zal zijn of in het faillissement een uitkering zal kunnen worden gedaan. Als dat niet het geval is, dan is de voortzetting zinloos gebleken en zijn de daarmee gepaard gaande kosten tevergeefs gemaakt. De in Dekker q.q./ […] daarvoor gegeven reden, te weten dat de curator die een rechtsmiddel aanwendt daarmee al de keuze heeft gemaakt voor voortzetting van de procedure, kan mij niet overtuigen. Zoals opgemerkt, zal aan het instellen van een rechtsmiddel door de curator veelal ten grondslag liggen de wens te voorkomen dat de uitspraak in kracht van gewijsde gaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5362dc2c57a45158cc1452771589ed209b4e1987464bf863791aded218d0ece4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5362dc2c57a45158cc1452771589ed209b4e1987464bf863791aded218d0ece4, en de alinea staat in dat document op bytes 40048 tot 41172.