Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 september 2020

Onder 2.2. Parket bij de Hoge Raad 1 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:742.

[verdachte] krijgt bezoek van [betrokkene 4] , die kennelijk geld komt halen. [verdachte] heeft al ingepakt, maar moet nog vijftien bij pakken. Er wordt vervolgens gesproken over waar het geld ligt. Uit het gesprek is af te leiden dat het kennelijk om geld van [betrokkene 2] gaat. Er wordt gesproken over geld dat aan de linkse kant ligt en aan de andere kant. [betrokkene 4] praat over het pakken van “die zestig van 500 ” (het hof begrijpt: € 30.000). [verdachte] zegt dat hij die nog heeft, maar dat die thuis ligt en het zeventig is (het hof begrijpt: € 35.000). [verdachte] zegt: “Pak van dertig tellen. ” [betrokkene 4] zegt dat het meestal pakjes van vijf zijn. [verdachte] zegt dat ze nog steeds niet van die twintigers af zijn. [verdachte] zegt dat hij er van vijfhonderd, honderd en twintig heeft bijgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97bf37b1fed0436669f95278b0079ac111cb4a6a894930d2699264515f49d731. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97bf37b1fed0436669f95278b0079ac111cb4a6a894930d2699264515f49d731, en de alinea staat in dat document op bytes 21588 tot 22438.