Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020
Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:746.
Mijns inziens kan hierin niet zonder meer een grief gericht tegen een bepaalde overweging van de rechtbank worden gelezen. Over een onjuist oordeel van de rechtbank wordt niet geklaagd. In par. 4. van de memorie van grieven gebeurt dat wel. Daar worden specifieke grieven naar voren gebracht tegen specifieke overwegingen van de rechtbank. Grief 1 is daarbij gericht tegen de feitenvaststelling door de rechtbank. Deze grief klaagt over een overweging van de rechtbank in rov. 2.7., maar niet over rov. 2.6. Mede in dit licht heeft het hof in de hiervoor weergegeven passage in de memorie van grieven geen grief hoeven lezen. Nu het hof er dus van heeft mogen uitgaan dat [eisers] in hoger beroep geen grief hebben gericht tegen rov. 2.6. van het vonnis, faalt subonderdeel 1.1 .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be185d79cf7fea03a69170da914f84eff9ed8bfc90555df50866934fc6a5c955. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be185d79cf7fea03a69170da914f84eff9ed8bfc90555df50866934fc6a5c955, en de alinea staat in dat document op bytes 60711 tot 61604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be185d79cf7fea03a69170da914f84eff9ed8bfc90555df50866934fc6a5c955 | shasum -a 256