Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:746.

Subonderdeel 2.1 faalt. Wat in het kader van het subonderdeel wordt betoogd, lijkt me weliswaar juist, maar dat betekent nog niet dat het hof dat heeft miskend. De overweging van het hof in rov. 4.5 is toegespitst op de wijze waarop het hof het verwijt van [eisers] aan het adres van [verweerders] heeft opgevat. Het hof is ervan uitgegaan dat [eisers] [verweerders] verwijten een beroepsfout te hebben gemaakt met betrekking tot het opstellen van de jaarstukken 2000 en 2001 en de halfjaarcijfers 2002 (rov. 3.5, weergegeven in randnummer 2.4 hiervoor). Bij deze lezing heeft het hof met rov. 4.5, anders dan [eisers] in het kader van dit subonderdeel betogen, geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Mogelijk is wel dat het hof het verwijt van [eisers] ruimer had moeten opvatten dan het heeft gedaan (namelijk aldus dat het niet alleen maar ging om een fout gemaakt bij het opmaken van stukken en cijfers, maar ook om ten onrechte gedane positieve uitlatingen over deze stukken en/of de cijfers). Dit stelt subonderdeel 2.2 aan de orde en behoeft hier geen bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be185d79cf7fea03a69170da914f84eff9ed8bfc90555df50866934fc6a5c955. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be185d79cf7fea03a69170da914f84eff9ed8bfc90555df50866934fc6a5c955, en de alinea staat in dat document op bytes 70012 tot 71157.