Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020

Onder 3.18 Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:746.

Volgens het subonderdeel, dat als gezegd twee motiveringsklachten bevat, berust dit oordeel van het hof in de eerste plaats op een te smalle uitleg van de aan [verweerders] verweten gedragingen, die niet alleen bestaan uit het verschaffen van onjuiste jaar stukken , maar ook en vooral op de daaraan voorafgaande adviezen, gedragingen en uitlatingen van [verweerder 23] namens [verweerders] Het hof verliest volgens het subonderdeel bovendien uit het oog dat [eiser 4] en [eiser 2] blijkens de gedingstukken hun investeringsbeslissing tot aankoop van de aandelen en de IE-rechten niet pas hebben genomen op grond van de gereedgekomen halfjaarstukken 2000 tot en met 2002 van [verweerster 1] , maar reeds op basis van – de in belangrijke mate voordien gegeven – adviezen, gedragingen en uitlatingen van [verweerder 23] namens [verweerders] omtrent die (half)jaarcijfers. Dit zou blijken uit een aantal grotendeels niet beoordeelde (en dus, bij wege van hypothetisch feitelijke grondslag, vaststaande) feiten en essentiële stellingen van [eisers]

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be185d79cf7fea03a69170da914f84eff9ed8bfc90555df50866934fc6a5c955. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be185d79cf7fea03a69170da914f84eff9ed8bfc90555df50866934fc6a5c955, en de alinea staat in dat document op bytes 71655 tot 72753.