Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020

Onder 3.20 Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:746.

“Immers, gedaagden hebben van meet af aan geweten met welk specifiek doel de financiële verslaggeving 2000, 2001 en het eerste half 2002 werden opgemaakt. Het was hen ook bekend dat deze ter beschikking zouden worden gesteld van kopers met het oog op de koopbeslissing, terwijl bovendien bekend was dat de kopers op de door [verweersters 1+11] opgestelde stukken zouden vertrouwen. Kopers zijn ook daadwerkelijk op de door [verweersters 1+11] opgestelde stukken afgegaan bij hun beslissing het “take-it-or-leave-it”-bod van verkopers te aanvaarden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be185d79cf7fea03a69170da914f84eff9ed8bfc90555df50866934fc6a5c955. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be185d79cf7fea03a69170da914f84eff9ed8bfc90555df50866934fc6a5c955, en de alinea staat in dat document op bytes 73841 tot 74409.