Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020

Onder 3.48 Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:746.

Subonderdeel 2.3 houdt de klacht in dat althans het oordeel van het hof in rov. 4.5, dat [eiser 4] en [eiser 2] de (half)jaarcijfers 2000, 2001 en 2002 niet aan hun investeringsbeslissing ten grondslag kunnen hebben gelegd, omdat de beslissing is genomen vóór het afkomen van de (half)jaarstukken 2000, 2001 en 2002, onbegrijpelijk is. Dit oordeel van het hof is volgens het subonderdeel onbegrijpelijk, aangezien de enige gedateerde én daadwerkelijk door [eiser 4] en [eiser 2] ondertekende wilsverklaringen waaruit op ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke wijze hun investeringsbeslissing blijkt – de notariële leveringsovereenkomsten betreffende de aandelen [A] – dateren van respectievelijk 23 augustus en 19 september 2002, oftewel van (ruim) na het beschikbaar worden van de schriftelijke (half)jaarstukken 2000, 2001 en 2002. Volgens het subonderdeel is dit oordeel van het hof in het licht van de omstandigheden opgesomd in onderdeel 2.2 in ieder geval ontoereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be185d79cf7fea03a69170da914f84eff9ed8bfc90555df50866934fc6a5c955. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be185d79cf7fea03a69170da914f84eff9ed8bfc90555df50866934fc6a5c955, en de alinea staat in dat document op bytes 102806 tot 103857.