Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020
Onder 3.73 Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:746.
“3.4 (…) Voor het tweede geval, de uitvoering van niet-wettelijke taken door de accountant, geldt dat in beginsel enkel sprake is van een zorgplicht jegens de opdrachtgever. Dat voor de uitvoering van niet-wettelijke taken door de accountant een ander uitgangspunt wordt genomen dan bij de uitvoering van wettelijke taken, is te rechtvaardigen doordat de niet-wettelijke taken niet reeds uit hun aard op derden zijn betrokken. Onder omstandigheden kan echter ook bij de uitoefening van niet-wettelijke taken sprake zijn van een zorgplicht jegens derden. Dat kan met name aan de orde zijn indien voor de accountant voorzienbaar is dat een van hem afkomstige rapportage een derde onder ogen zal komen of zelfs juist met dit doel wordt opgesteld. De accountant kan dan niet voorbijgaan aan de maatschappelijke realiteit dat derden geneigd zijn groot belang te hechten aan zijn rapportage, ook als die buiten de uitvoering van wettelijke taken is opgemaakt. Van den Akker formuleert de volgende vereisten voor het bestaan van een dergelijke zorgplicht:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be185d79cf7fea03a69170da914f84eff9ed8bfc90555df50866934fc6a5c955. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be185d79cf7fea03a69170da914f84eff9ed8bfc90555df50866934fc6a5c955, en de alinea staat in dat document op bytes 137854 tot 138920.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/be185d79cf7fea03a69170da914f84eff9ed8bfc90555df50866934fc6a5c955 | shasum -a 256