Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020
Alinea 130 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:770.
De vraag die in rechte moet worden gesteld, is of de verklaring die [verdachte] en [medeverdachte] hebben gegeven concreet, min of meer verifieerbaar en op voorhand niet onaannemelijk is. Omdat de handelingen en het verkrijgen van gelden zich hebben afgespeeld in Suriname dient de wijze van verkrijgen van grondhuur, de gang van zaken rond de levering en betalingen in Suriname nader te worden onderzocht. Is de gegeven verklaring naar de gebruiken in Suriname ongebruikelijk? Zijn de prijsstijgingen naar Surinaamse begrippen onaannemelijk? Mochten de verklaring van cliënten naar Surinaamse gebruiken niet onaannemelijk zijn dan kan dat voor cliënten leiden tot een vrijspraak. Bovendien is er geen eigendom van de grond overgedragen, maar grondhuur. Het is een soort erfpacht dat wordt overgedragen en dus minder formeel zoals met aktes.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9, en de alinea staat in dat document op bytes 43328 tot 44185.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9 | shasum -a 256