Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Alinea 140 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:770.

21. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat door de weigering “de getuigen” te horen het hof de verdachte de mogelijkheid ontneemt zijn verklaring concreter en aannemelijker te maken, voor zover de verklaring dat al niet was. Door de verdachte niet in de gelegenheid te stellen de “getuigen/deskundigen” te horen, terwijl wel van hem verlangd wordt een concrete, min of meer verifieerbaar en niet voorhand onaannemelijke verklaring af te leggen, wordt zijn verdedigingsbelang geschaad en wordt hem een eerlijk proces onthouden zoals bedoeld in art. 6 EVRM. Met betrekking tot de beslissing tot afwijzing van het verzoek de getuige [betrokkene 3] te horen wordt nog aangevoerd dat het hof er ten onrechte vanuit gaat dat voor het bestaan van een erfenis dan wel nalatenschap een schriftelijk stuk aanwezig moet zijn. Bovendien, aldus de steller van het middel, is de redenering van het hof een cirkelredenering omdat het hof feitelijk oordeelt dat er geen bewijs is voor de aanwezigheid van de erfenis van de vader van verdachte en vervolgens het verzoek om de getuige [betrokkene 3] te horen, die bij uitstek onder ede kan verklaren dat deze erfenis er wel was, wordt afgewezen omdat er geen bewijs van de erfenis is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9, en de alinea staat in dat document op bytes 46499 tot 47749.