Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020
Alinea 142 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:770.
23. Namens de verdachte is na het instellen van het hoger beroep (4 oktober 2017) op 18 oktober 2017 tijdig een appelschriftuur ingediend. Daarin is verzocht tot het horen van drie personen, namelijk [betrokkene 3], [betrokkene 6] en [betrokkene 5]. Een – tijdig ingediende – appelschriftuur wordt op grond van art. 410, derde lid, Sv aangemerkt als een opgave in de zin van art. 263 Sv, tweede lid, Sv, waarop art. 264 Sv van overeenkomstige toepassing is. De advocaat-generaal heeft zich in een reactie op deze verzoeken bij brief van 6 augustus 2018 verzet tegen het horen van die personen als getuige c.q. getuige/deskundige. Daarbij heeft hij zich (telkens) op het standpunt gesteld dat daardoor redelijkerwijs de verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad. Door de verdediging is vervolgens op de regiezitting van 22 augustus 2018 aangegeven dat de verdachte en de medeverdachte persisteren in hun verzoek tot het horen van [betrokkene 3], [betrokkene 6] en [betrokkene 5].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9, en de alinea staat in dat document op bytes 49018 tot 50086.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9 | shasum -a 256