Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:770.

26. Dit uitgangspunt brengt mee dat ik over dit middel kort kan zijn. In de overwegingen van het hof ligt in de kern als zijn oordeel besloten dat redelijkerwijze moet worden uitgesloten dat: i) de opgegeven getuige [betrokkene 3] iets zou kunnen verklaren over de door de verdachte gestelde erfenis na het overlijden van zijn vader, omdat er geen enkel stuk en geen enkele verklaring in het geding is gebracht waaruit blijkt dat sprake is geweest van zo een erfenis; ii) notaris [betrokkene 6] noch als getuige noch als deskundige iets zou kunnen verklaren over de concrete grondtransacties, aangezien zij geen enkele feitelijke betrokkenheid heeft gehad bij die grondtransacties of de totstandkoming van de daarbij behorende aktes; iii) makelaar [betrokkene 5] noch als getuige noch als deskundige iets zou kunnen verklaren over de concrete grondtransacties, aangezien hij geen enkele feitelijke betrokkenheid heeft gehad bij die grondtransacties of de totstandkoming van de daarbij behorende aktes.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9, en de alinea staat in dat document op bytes 51674 tot 52725.