Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020
Alinea 146 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:770.
27. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat het horen van [betrokkene 3] als getuige en [betrokkene 6] en [betrokkene 5] als getuige/deskundige niet van belang is voor enige in de strafzaak uit hoofde van de artikelen 348 en 350 Sv te nemen beslissing. Het daarop gebaseerde oordeel van het hof dat geen enkel verdedigingsbelang wordt geschaad bij afwijzing van het (voorwaardelijk) verzoek om hen als getuige c.q. als getuige/deskundige te horen acht ik – in het licht van de genoemde rechtspraak van de Hoge Raad en gelet op hetgeen de verdediging ter onderbouwing van dat verzoek heeft aangevoerd – niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Van de in de toelichting op het middel gestelde cirkelredenering in de motivering van het hof is geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9, en de alinea staat in dat document op bytes 52737 tot 53579.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9 | shasum -a 256