Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020
Alinea 173 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:770.
35. Het middel in samenhang met de toelichting daarop bezien, gaat er vanuit dat het hof de verbeurdverklaring heeft gegrond op art. 33a, eerste lid onder a, Sr. Het middel berust aldus op een verkeerde lezing van het bestreden arrest en mist mitsdien feitelijke grondslag. In het door het hof bevestigde vonnis van de rechtbank is immers met zoveel woorden overwogen dat de woning onder de verdachte in beslag is genomen, dat het voorwerp voor de helft aan de verdachte toebehoort en dat “het feit met betrekking tot dit voorwerp is begaan”. De verbeurdverklaring van de woning is derhalve niet gegrond op art. 33a, eerste lid onder a, Sr, maar op art. 33a, eerste lid onder b , Sr. Het gaat hier immers om voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan (corpora delicti). Dit volgt ook uit de aanvullende overwegingen van het hof ten aanzien van de verbeurdverklaring van de woning. In die aanvullende overwegingen ligt dus niet besloten dat het hof heeft geoordeeld dat de woning geheel of grotendeels uit baten van een strafbaar feit is verkregen. In weerwil van het betoog van de steller van het middel, heeft het hof niet de verkeerde maatstaf toegepast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9, en de alinea staat in dat document op bytes 60143 tot 61462.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9 | shasum -a 256