Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:770.

Verdachte heeft ten aanzien van de contante geldbedragen pas in een zeer laat stadium een verklaring gegeven. Zijn verklaring is niet concreet en verifieerbaar en juist wel hoogst onwaarschijnlijk. Verdachte heeft slechts het bestaan van een eventuele bron van inkomsten aangegeven, maar niet de legale herkomst van het geld concreet gemaakt. De uiteindelijke verwijzingen naar onbekende personen met onbekende vastgoedtransacties in Suriname hebben niet te gelden als een concrete verifieerbare verklaring die de herkomst van de gelden inzichtelijk hebben kunnen maken. De verklaring van verdachte bevat daarnaast zeer veel onwaarschijnlijkheden. Het kan daarom niet anders zijn dat de contante geldbedragen, waarmee de verbouwing van de woning is gefinancierd, van enig misdrijf afkomstig zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9, en de alinea staat in dat document op bytes 12242 tot 13052.