Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:770.

De hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, zijn van dien aard dat zij het vermoeden van een criminele herkomst van het aan verdachte ten laste gelegde geldbedrag zonder meer rechtvaardigen. Gelet hierop mag van verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van dit geldbedrag. Bij de beoordeling van deze verklaring spelen de omstandigheden waaronder en het moment en de wijze waarop deze tot stand is gekomen mede een rol. Zo kan het van belang zijn of de verdachte van meet af aan een tegenwicht tegen de verdenking heeft geboden of dat hij eerst in een laat stadium van het onderzoek is gaan verklaren op een wijze die aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9, en de alinea staat in dat document op bytes 16504 tot 17339.