Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020
Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:770.
2.3.3. Indien de door het openbaar ministerie aangedragen feiten en omstandigheden een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat zo een verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9, en de alinea staat in dat document op bytes 25821 tot 26403.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9 | shasum -a 256