Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:770.

12. Bezien tegen de achtergrond van de door het hof vastgestelde feiten en omstandigheden die het vermoeden rechtvaardigen dat sprake is van witwassen, is het oordeel dat de verklaring van de verdachte hoogst onwaarschijnlijk moet worden geacht en deze daarom geen nader onderzoek behoeft omdat de verklaring geen tegenwicht kan bieden tegen dat vastgestelde vermoeden van witwassen, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Daarbij wijs ik erop dat het hof mede in aanmerking heeft genomen dat de verdachte een grote hoeveelheid contant geld vanuit Suriname heeft vervoerd naar Nederland en in Nederland heeft uitgegeven en dat het fysiek vervoeren van grote geldbedragen een aanzienlijk veiligheidsrisico met zich brengt, terwijl het voorts een feit van algemene bekendheid is dat diverse vormen van criminaliteit gepaard gaan met grote hoeveelheden contant geld. Daarnaast is, zo heeft het hof in navolging van de rechtbank vastgesteld, het bedrag niet bij de douane en de Belastingdienst opgegeven en is uit informatie van de Belastingdienst voorts gebleken dat de verdachte en de medeverdachte een besteedbaar inkomen van € 41.773,- (peiljaar 2013) hadden (waarop de kosten van levensonderhoud voor een gezin met drie kinderen nog in mindering moeten worden gebracht), waarmee de contante betalingen niet in verhouding staan tot de inkomsten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea7e06014877fc865576a31968923d62be3140142c2a5ac1669c9d6198abeaa9, en de alinea staat in dat document op bytes 31923 tot 33356.