Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020
Onder 2.17 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:794.
Dat is m.i. terecht. Het – niet onbegrensde – recht van partijen hun standpunten mondeling ten overstaan van de rechter uiteen te zetten, dat ook een rol speelt in de hiervoor aangehaalde rechtspraak over de enkelvoudige mondelinge behandeling in een meervoudig te beslissen zaak, is een fundamenteel beginsel van burgerlijk procesrecht. De voortgezette mondelinge behandeling werd mede bepaald met het oog op de afdoening van de grief die betrekking had op art. 2 lid 4 van de arbeidsovereenkomst. Die kwestie diende naar het oordeel van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dus nog (nader) te worden behandeld en te worden beslist. De vernietiging door de Hoge Raad van de eindbeschikking op de hiervoor onder 2.13 genoemde grond brengt daarom m.i. mee dat de in die beschikking gegeven beslissingen over art. 2 lid 4 de verwijzingsrechter niet binden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4, en de alinea staat in dat document op bytes 47251 tot 48247.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4 | shasum -a 256