Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020

Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:794.

Het hof heeft in rov. 2.4.1 e.v. van de bestreden beschikking de grieven van de werknemer tegen het oordeel van de kantonrechter dat sprake is van een dringende reden voor het gegeven ontslag op staande voet beoordeeld. Het hof heeft, voor zover thans van belang en samengevat, geoordeeld dat (i) vast is komen te staan dat de werknemer ten onrechte op naam van zijn voormalig recyclingbedrijf heeft gefactureerd en betalingen in ontvangst heeft genomen, (ii) de werkgever ervan uit mocht gaan dat de werknemer wist wat van hem werd verlangd en het als een gegeven mocht beschouwen dat de werknemer na indiensttreding op naam van de werkgever zou factureren, en (iii) het de werknemer moet worden verweten dat hij desondanks op eigen naam heeft gefactureerd. Naar het oordeel van het hof is echter onvoldoende gebleken dat sprake is van een dringende reden in de zin van art. 7:678 BW (rov. 2.4.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4, en de alinea staat in dat document op bytes 52585 tot 53496.