Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020
Onder 2.25 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:794.
Ook de klacht aan het slot van onderdeel 1, die is geformuleerd “voor zover in de overwegingen (…) besloten zou liggen dat het hof van oordeel is dat de arbeidsovereenkomst (kort) na de vernietigde datum van het ontslag hoe dan ook zou zijn geëindigd wegens verwijtbaar handelen van [de werknemer]” – en, zo begrijp ik de klacht, art. 2 lid 4 van de arbeidsovereenkomst naar het oordeel van het hof om die reden niet van toepassing zou zijn – faalt op grond van het voorgaande. Het hof heeft in rov. 2.6 niet de omstandigheid dat de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen van de werknemer zou zijn ontbonden aan zijn beoordeling ten grondslag gelegd, maar dat verwijtbaar handelen zelf (dat inderdaad, als gezegd, naar het onbestreden oordeel van het hof grond zou hebben opgeleverd voor ontbinding op de voet van art. 7:669 lid 3 onder e BW).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4, en de alinea staat in dat document op bytes 57187 tot 58064.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4 | shasum -a 256