Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020
Onder 2.39 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:794.
De kantonrechter heeft in rov. 2.26 van zijn beschikking van 21 november 2016 geoordeeld dat uit art. 2 lid 4 genoegzaam blijkt dat partijen hebben bedoeld om de aanspraak van de werknemer op het salaris en de bonus in stand te laten als de rechter oordeelt dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst niet verwijtbaar is aan de werknemer. Weliswaar staat in de aanhef van bedoeld artikellid vermeld ‘indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd op verzoek van de werkgever’, maar daaronder valt naar redelijkerwijs ook een door de werkgever gegeven ontslag op staande voet dat in rechte in stand blijft. Het gaat immers, aldus de kantonrechter, om de vraag of de werknemer van het voortijdig einde van de arbeidsovereenkomst een verwijt te maken valt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4, en de alinea staat in dat document op bytes 76411 tot 77186.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4 | shasum -a 256