Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020

Onder 2.41 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:794.

Het betoog van de werknemer in feitelijke instanties was aldus in de kern erop gericht dat art. 2 lid 4 zo moet worden uitgelegd dat de daarin opgenomen voorwaarde “dat de rechter oordeelt dat dit (de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, toev. A-G) niet verwijtbaar is aan Werknemer” alleen geldt in geval van de in die bepaling omschreven beëindiging “op verzoek van de Werkgever” en niet in geval van een ontslag op staande voet. Dit is wat door de werknemer is aangeduid als een taalkundige uitleg van art. 2 lid 4. De werknemer heeft betoogd dat hij in het geval van ontslag op staande voet aanspraak kan maken op salaris en bonus tot AOW-gerechtigde leeftijd, ongeacht of de beëindiging aan hem verwijtbaar is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4, en de alinea staat in dat document op bytes 84039 tot 84781.