Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020

Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:794.

De omstandigheid dat [de werknemer] wilde voorkomen dat hij zijn salaris tot zijn pensioengerechtigde leeftijd op 19 september 2019 en omzetafhankelijke bonus (in totaal maximaal € 375.000,-) zou mislopen doordat [de werkgever] de arbeidsovereenkomst zomaar zou kunnen beëindigen, en partijen er volgens hem vanuit gingen dat sprake was van een ‘earn out’ regeling die onderdeel uitmaakte van het verkoopbedrag van € 1.375.000,- (waarvan slechts € 1.000.000,- ‘up front’ werd betaald), komt voor zijn rekening en risico. Het nadelige gevolg dat de situatie van art. 2 lid 4 van de arbeidsovereenkomst zich naar het oordeel van het hof niet voordoet en [de werkgever] het resterende salaris en de bonus niet verschuldigd is, moet [de werknemer] zelf dragen. Het hof benadrukt in dit verband dat [de werknemer] verwijtbaar heeft gehandeld door ingenomen groenafval op naam van zijn voormalig bedrijf te factureren, terwijl dit op naam van [de werkgever] had moeten gebeuren. De grieven in principaal hoger beroep falen in zoverre. Het verzoek van [de werknemer] tot betaling van een vergoeding op grond van art. 2 lid 4 van de arbeidsovereenkomst dient te worden afgewezen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86975b60432fa56ae9f980d872710251ab0a2f2761535d17e39e01232661fdb4, en de alinea staat in dat document op bytes 27309 tot 28511.