Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 2020
Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 11 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:796.
‘Onzes inziens is hier eerder sprake geweest van een vergissing van de wetgever. Deze heeft de invoering van het nieuwe art. 351 Rv aldus gemotiveerd, dat de schrapping in 1992 van art. 352 (oud) Rv achteraf gezien minder gelukkig is geweest, omdat het niet doelmatig is wanneer men, eenmaal in hoger beroep gekomen, of in geval van een voornemen daartoe, gedwongen is een vordering bij de president van de rechtbank aanhangig te maken enkel en alleen om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad te vorderen. Niet valt in te zien waarom dit argument niet evenzeer voor de cassatie heeft te gelden. Dat de beoordeling van zo’n vordering van deels feitelijke aard is, levert geen grond op om niet de Hoge Raad, maar de voorzieningenrechter met die beoordeling te belasten: in dergelijke incidenten treedt de Hoge Raad nu eenmaal niet op als cassatierechter maar als feitenrechter.’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3976d48cd6782ef83756cc657b1391756211c15f22f31b325f23881d52fa743b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3976d48cd6782ef83756cc657b1391756211c15f22f31b325f23881d52fa743b, en de alinea staat in dat document op bytes 37699 tot 38666.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3976d48cd6782ef83756cc657b1391756211c15f22f31b325f23881d52fa743b | shasum -a 256