Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 2020

Onder 3.23 Parket bij de Hoge Raad 11 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:799.

Het bijzondere van de hoorplicht in art. 7:1 lid 3 Wvggz is gelegen in het feit dat een crisismaatregel niet aan kantoortijden gebonden is, maar letterlijk op alle dagen en uren moet kunnen worden genomen. Mede om die reden bepaalt art. 7:1 lid 2 Wvggz dat de burgemeester aan een wethouder mandaat kan verlenen voor het nemen van een crisismaatregel. Minstens zo belangrijk is, dat een crisismaatregel naar zijn aard spoedeisend is en dikwijls moet worden genomen op een moment waarop communicatie met de betrokkene als gevolg van diens geestelijke toestand moeizaam verloopt of zelfs praktisch onmogelijk blijkt. Dijkers heeft dit probleem in 2019 besproken. Hij betoogt onder 3.4, kort samengevat, dat er een ‘inspanningsverplichting’ voor de burgemeester ligt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4c527ff32328a261e8ab2e060bc54f07f9095b117600bdadfa6709ec7572127. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4c527ff32328a261e8ab2e060bc54f07f9095b117600bdadfa6709ec7572127, en de alinea staat in dat document op bytes 53391 tot 54236.