Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 2020

Onder 3.27 Parket bij de Hoge Raad 11 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:799.

Voor het eerst in cassatie wordt de stelling betrokken dat in deze zaak niet blijkt van een mandaat van de burgemeester aan een derde, die onder zijn verantwoordelijkheid valt. Voor zover deze stelling al niet is aan te merken als een in cassatie ontoelaatbaar feitelijk novum , wordt in dit middelonderdeel uit het oog verloren dat het horen van een patiënt door een ander dan de burgemeester of wethouder ook kan geschieden buiten mandaat , namelijk indien de burgemeester of wethouder aan een derde (ook wel aangeduid als: de ‘hooragent’ ) volmacht heeft gegeven tot het horen van de betrokkene; het horen is iets anders dan het nemen van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. In zoverre faalt de klacht en is de stelling dat er ruimschoots gelegenheid was om betrokkene ter plaatse in het Willem Arntszhuis te horen, niet ter zake dienende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4c527ff32328a261e8ab2e060bc54f07f9095b117600bdadfa6709ec7572127. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4c527ff32328a261e8ab2e060bc54f07f9095b117600bdadfa6709ec7572127, en de alinea staat in dat document op bytes 58015 tot 59126.