Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 september 2020

Onder 3.20 Parket bij de Hoge Raad 11 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:799.

Onderdeel 2 klaagt dat dit oordeel rechtens onjuist is. In het cassatierekest wordt voorop gesteld dat er ruimschoots gelegenheid was om betrokkene te horen voordat de crisismaatregel werd genomen: betrokkene heeft sinds 30 december 2019 onafgebroken op de locatie Willem Arntszhuis verbleven. Voor zover de verplichting van de burgemeester tot het horen van de betrokkene rechtens kan worden gemandateerd, blijkt volgens het middelonderdeel in deze zaak niet van een mandaat van de burgemeester aan een persoon die onder zijn verantwoordelijkheid valt. Volgens het middelonderdeel mocht de burgemeester niet zonder meer afgaan op de mededeling van een derde, zonder mandaat, inhoudende dat betrokkene niet gehoord wil worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4c527ff32328a261e8ab2e060bc54f07f9095b117600bdadfa6709ec7572127. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4c527ff32328a261e8ab2e060bc54f07f9095b117600bdadfa6709ec7572127, en de alinea staat in dat document op bytes 49415 tot 50202.