Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020

Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:802.

Dan hebben wij nog de verklaring van de getuig [benadeelde 2] . Hij heeft verklaard dat er ineens een ruzie ontstond en dat er werd geslagen. Hij verklaart dat hij vervolgens zag dat [benadeelde 1] op de grond lag en de jongens wegliepen. [benadeelde 2] is degene die achter de jongens is aangelopen en daarop een klap heeft gekregen. Het is duidelijk dat hij cliënt niet noemt als zijnde de persoon die geslagen heeft. Ik vind het belangrijk dat deze getuige heeft verklaard dat er ineens werd geslagen. Kennelijk werd er ineens in de richting van [benadeelde 1] geslagen. Welk wezenlijk en significant aandeel heeft cliënt dan op dat punt aangaande dat geweld. Dat is de vraag die ik uw hof wil voorleggen. In mijn optiek is het onvoldoende voor een bewezenverklaring van openlijke geweld tegen [benadeelde 1] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea0d32c9ce5c8197697b37ca9ec12fe592458e920883cdd6a2552954809a95f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea0d32c9ce5c8197697b37ca9ec12fe592458e920883cdd6a2552954809a95f9, en de alinea staat in dat document op bytes 16743 tot 17596.