Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020
Onder 3.6. Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:802.
Ik heb mij afgevraagd of deze procesopstelling van invloed is voor de beantwoording van de vraag of over de gestelde vooringenomenheid van de oudste raadsheer c.q. het hof – nu het gaat om een gedane uitlating op de terechtzitting – voor het eerst in cassatie kan worden geklaagd. Kooijmans schrijft in zijn noot onder het overzichtsarrest van de Hoge Raad uit 2018 dat de Hoge Raad de mogelijkheid om in cassatie over vooringenomenheid of partijdigheid te klagen, koppelt aan een verwerping van een tegenover de lagere rechter gedaan beroep op diens (niet-)onpartijdigheid. Hij vraagt zich af of hier sprake is van een door de Hoge Raad gestelde voorwaarde die moet zijn vervuld om de aanwending van het betreffende rechtsmiddel op dit punt kansrijk te doen zijn. Kooijmans veronderstelt echter dat een beroep op de genoemde uitzonderlijke omstandigheden ook pas in een hogere aanleg kan worden gedaan. Hij neemt daarbij in aanmerking dat de verdachte niet verplicht is om zich in feitelijke aanleg van rechtsbijstand te voorzien en wijst erop dat de wijze waarop een verdachte is bejegend door de rechter in voorkomende gevallen eerst blijkt uit het later op te maken zittingsverbaal van de betreffende aanleg. Knigge en Keulen zijn dezelfde opvatting toegedaan. Volgens hen staan de mogelijkheid van wraken en de mogelijkheid om in hoger beroep te klagen over de onpartijdigheid van een rechter, in beginsel los van elkaar. Er hoeft niet gewraakt te zijn, om in hoger beroep over de onpartijdigheid te kunnen klagen en dat is volgens Keulen en Knigge begrijpelijk omdat het heel goed mogelijk is dat de verdachte pas achteraf beseft dat er reden was om de rechter te wraken, bijvoorbeeld omdat hij vooraf de samenstelling van de rechtbank niet kende. Ook in gevallen waarin de verdediging het gebrek wel kende, maar daartegen niet protesteerde, kan volgens hen in hoger beroep met succes geklaagd worden over de partijdigheid van de rechtbank. Ik sluit mij daarbij aan en meen dat de mogelijkheid van wraking een aanvullend instrument is om – ook al is het hof door de verdediging in hoger beroep niet gewraakt – in cassatie over schending van art. 6 EVRM te klagen als het gaat om de (on)partijdigheid van de rechter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea0d32c9ce5c8197697b37ca9ec12fe592458e920883cdd6a2552954809a95f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea0d32c9ce5c8197697b37ca9ec12fe592458e920883cdd6a2552954809a95f9, en de alinea staat in dat document op bytes 46172 tot 48734.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ea0d32c9ce5c8197697b37ca9ec12fe592458e920883cdd6a2552954809a95f9 | shasum -a 256