Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:803.

10. Hoewel het hoger beroep door het Openbaar Ministerie onder meer werd ingesteld op de grond dat het zich niet kon verenigen met de in eerste aanleg opgelegde straf, kondigde de advocaat-generaal bij het hof tijdens een regiezitting aan vooralsnog geen redenen te zien om een hogere straf te vorderen dan in eerste aanleg opgelegd. Tijdens de inhoudelijke behandeling van de zaak gebeurde dat toch en eiste de advocaat-generaal niet drie jaar gevangenisstraf waarvan één jaar voorwaardelijk, maar een gevangenisstraf van vier jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk. De verdediging had daarop niet meer gerekend en ook het hof gaf in het bestreden arrest aan dat de herziene vordering onder die omstandigheden voor zowel de verdediging als het hof niet was te voorzien. Het hof veroordeelde de verdachte tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier jaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0853cd5b7f5777527f5e875ae401ba9d31ad58aa78a2ac56769628872f6618c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0853cd5b7f5777527f5e875ae401ba9d31ad58aa78a2ac56769628872f6618c, en de alinea staat in dat document op bytes 21720 tot 22618.