Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:803.

13. Als die straf daadwerkelijk hoger is, valt voor die redenering iets te zeggen. Dat geval doet zich hier evenwel niet voor. De door het hof opgelegde straf zal voor de verdachte uiteindelijk voordeliger zijn dan de straf die de advocaat-generaal vorderde. Dat komt doordat de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) niet van toepassing is op gedeeltelijk voorwaardelijke straffen (artikel 15 lid 3 (oud) Sr). De in artikel 15 (oud) Sr neergelegde v.i.-regeling brengt met zich dat degene die is veroordeeld tot een tijdelijke gevangenisstraf van meer dan twee jaar voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld wanneer twee derde van de gevangenisstraf is ondergaan. In het geval van de verdachte zal hij voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld na 32 maanden en 13 dagen. Zou de advocaat-generaal in haar eis zijn gevolgd, dan brengt de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke strafdeel mee dat de verdachte drie jaar (dat wil zeggen 36 maanden en 15 dagen) in de gevangenis zal moeten verblijven. Tegen die achtergrond kan de door het hof opgelegde straf bezwaarlijk als zwaarder of hoger worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0853cd5b7f5777527f5e875ae401ba9d31ad58aa78a2ac56769628872f6618c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0853cd5b7f5777527f5e875ae401ba9d31ad58aa78a2ac56769628872f6618c, en de alinea staat in dat document op bytes 23930 tot 25262.