Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020
Alinea 87 Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:803.
“Met de mogelijkheid tot het instellen van een vordering door benadeelde partijen heeft de wetgever beoogd binnen het strafproces te voorzien in – kort gezegd – een eenvoudige en laagdrempelige procedure die ertoe leidt dat personen die schade hebben geleden als gevolg van een strafbaar feit zoveel mogelijk schadeloos worden gesteld. Indien echter de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van de rechter een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, kan de rechter bepalen dat die vordering in het geheel of ten dele niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij haar vordering, of het deel van de vordering dat niet-ontvankelijk is, slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen (art. 361, derde lid, Sv).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0853cd5b7f5777527f5e875ae401ba9d31ad58aa78a2ac56769628872f6618c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0853cd5b7f5777527f5e875ae401ba9d31ad58aa78a2ac56769628872f6618c, en de alinea staat in dat document op bytes 41180 tot 41992.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c0853cd5b7f5777527f5e875ae401ba9d31ad58aa78a2ac56769628872f6618c | shasum -a 256