Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:84.

9. Uit de bewoordingen van art. 359, derde lid, Sv en de (vaste) rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens de verdachte ter terechtzitting op welke grond dan ook vrijspraak is bepleit. Wordt in een dergelijk geval toch volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, dan doet zich een motiveringsgebrek voor en kan de bestreden uitspraak in beginsel niet in stand blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/229f9dda835388678992fd98d3bc732e829daac523184d9ce8731fb71a3046f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 229f9dda835388678992fd98d3bc732e829daac523184d9ce8731fb71a3046f3, en de alinea staat in dat document op bytes 9878 tot 10402.