Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:84.
14. Naar het mij voorkomt kan in casu het pleidooi van de raadsman bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde feit, mede in aanmerking genomen dat het daarbij niet van belang is op welke grond de vrijspraak is bepleit. Tevens heb ik in ogenschouw genomen hetgeen Van Dorst schrijft met betrekking tot het volstaan met een opgave van bewijsmiddelen: “De Hoge Raad is vrij strikt als het gaat om deze uitzondering. Bij de geringste aanwijzing dat de verdachte het tenlastegelegde niet duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend dan wel dat zijn raadsman vindt dat vrijspraak moet volgen, mag niet worden volstaan met de enkele opsomming van de bewijsmiddelen”. Ook wijs ik erop dat het hof het verweer heeft samengevat en gemotiveerd heeft verworpen onder het hoofd “Bewijsoverwegingen”, hetgeen er op duidt dat het hof het door de raadsman aangevoerde (mede) heeft verstaan als een tot vrijspraak strekkend bewijsverweer.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/229f9dda835388678992fd98d3bc732e829daac523184d9ce8731fb71a3046f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 229f9dda835388678992fd98d3bc732e829daac523184d9ce8731fb71a3046f3, en de alinea staat in dat document op bytes 15746 tot 16812.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/229f9dda835388678992fd98d3bc732e829daac523184d9ce8731fb71a3046f3 | shasum -a 256