Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020
Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:84.
25. De uitleg van een in hoger beroep gevoerd verweer of ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt is in beginsel voorbehouden aan het hof en kan in cassatie slechts op de begrijpelijkheid ervan worden getoetst. Bij de beoordeling van de begrijpelijkheid van het oordeel daarover, moet in aanmerking worden genomen dat een door de verdediging gevoerd verweer – dat wil hier zeggen: ingenomen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt – dat ertoe strekt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden, weliswaar valt binnen het toetsingskader van de tweede volzin van art. 359, tweede lid, Sv, maar dat aan de mate van onderbouwing van een dergelijk verweer geen zwaardere eisen worden gesteld dan daaraan vóór de wijziging van die bepaling werden gesteld. Derhalve hoeft een beroep op overschrijding van de redelijke termijn niet aan heel hoge eisen te voldoen. Dat wil uiteraard niet zeggen dat de feitenrechter ieder beroep op onredelijke vertraging onderscheidenlijk overschrijding van de redelijke termijn heeft op te vatten als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt waarop gereageerd moet worden. Een responsieplicht bestaat in ieder geval niet wanneer niet zonder meer duidelijk is dat de verdediging het oog heeft op overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM. Zo behoefde het hof niet te reageren op het standpunt van de verdediging dat het een ‘oud feit’ betrof, noch op een verzoek aan de rechter om bij de strafoplegging rekening te houden met het tijdsverloop. Dit zijn slechts mededelingen of wensen, die bovendien niet voldoende ondubbelzinnig zijn. Maar ook het enkele betoog van de verdediging dat bij de strafoplegging rekening moet worden gehouden met overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM, levert nog geen responsie-plichtig standpunt op, indien niet tevens wordt aangevoerd op welke grond die redelijke termijn als overschreden moet worden beschouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/229f9dda835388678992fd98d3bc732e829daac523184d9ce8731fb71a3046f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 229f9dda835388678992fd98d3bc732e829daac523184d9ce8731fb71a3046f3, en de alinea staat in dat document op bytes 27401 tot 29724.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/229f9dda835388678992fd98d3bc732e829daac523184d9ce8731fb71a3046f3 | shasum -a 256