Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020

Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:84.

26. Anders lag het in HR 27 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:138. Op de terechtzitting van het hof had de verdediging het volgende naar voren gebracht: “Er is sprake van overschrijding van de redelijke termijn nu meer dan twee jaar is verstreken sinds de aanvang van de zaak. Op de vorige zitting is de zaak aangehouden in verband met het niet verschijnen van een tolk. De overschrijding van de redelijke termijn dient tot strafvermindering te leiden.” Aldus was volgens de Hoge Raad een verweer gevoerd waaromtrent het hof op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een met redenen omklede beslissing had moeten geven. Daaraan deed niet af dat door de verdediging niet precies was aangegeven in welke fase van het geding de termijnoverschrijding had plaatsgevonden; omdat de behandeling in eerste aanleg van zeer korte duur was geweest, ging de Hoge Raad ervan uit dat het verweer (klaarblijkelijk) betrekking had op de overschrijding van de redelijke termijn in de appelfase.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/229f9dda835388678992fd98d3bc732e829daac523184d9ce8731fb71a3046f3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 229f9dda835388678992fd98d3bc732e829daac523184d9ce8731fb71a3046f3, en de alinea staat in dat document op bytes 29730 tot 30782.