Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 september 2020
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 29 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:840.
7. Art. 88 Sr luidde tot 1 januari 2020 en luidt met ingang van 25 juli 2020 als volgt: “Onder maand wordt verstaan een tijd van dertig dagen, onder dag, behoudens voor de toepassing van de Algemene termijnenwet, een tijd van vierentwintig uren.” In de tussenliggende periode van 1 januari t/m 24 juli 2020 bevatte art. 88 Sr een omschrijving van de duur van een jaar te weten 12 maanden (en daarmee werd één jaar in het materiële strafrecht 12 keer 30 dagen: 360 dagen). De maximumduur van de gijzeling was ten tijde van het wijzen van het arrest en is thans drie jaar (art. 36e , elfde lid, Sv). Het hof wees in die tussenliggende periode en wel op 20 januari 2020 arrest, maar paste het (toen) gewijzigde art. 88 Sr kennelijk niet toe. Immers het hof beoogde drie jaren gijzeling mogelijk te maken, maar berekende zonder nadere toelichting op dit punt dat de duur van de gijzeling 1.095 dagen bedroeg, terwijl het destijds toepasselijke art. 88 Sr de grens legde bij 1.080 dagen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2aa415ca8e806b3207a77241f3d76badbfc102aa578135e98b3a8e4bf0f127f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2aa415ca8e806b3207a77241f3d76badbfc102aa578135e98b3a8e4bf0f127f7, en de alinea staat in dat document op bytes 7548 tot 8622.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2aa415ca8e806b3207a77241f3d76badbfc102aa578135e98b3a8e4bf0f127f7 | shasum -a 256