Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:843.

Volgens onderdeel 2b is het oordeel in rov. 2.17 dat de verstoring van de afwikkeling van FCIB slechts een afgeleide omstandigheid is die onvoldoende toegevoegde waarde heeft om te kunnen rechtvaardigen dat de vordering ook in Curaçao kan worden aangebracht, rechtens onjuist althans onvoldoende gemotiveerd. Het onderdeel klaagt dat het hof daarmee heeft miskend dat niet alleen sprake is van (directe) financiële schade die zich voordoet op de bankrekening van FCIB, maar dat de directe schadelijke gevolgen van het onrechtmatig handelen van de English Claimants en hun liquidators q.q. bestaan in de verstoring van de afwikkeling van de noodregeling ten aanzien van FCIB in Curaçao. Het onderdeel betoogt dat dit geen afgeleide van de financiële schade is, maar een direct gevolg van het feit dat de English Claimants en hun liquidators de TWPS-claim pretenderen. Curaçao is de plaats waar de initiële schade als (direct) gevolg van het onrechtmatig handelen is ingetreden, aldus het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1b98deff9d2f71431266e8e7e5cc9cc44cc8125e00c56c4e77126327c4ffcb31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1b98deff9d2f71431266e8e7e5cc9cc44cc8125e00c56c4e77126327c4ffcb31, en de alinea staat in dat document op bytes 56077 tot 57132.