Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020

Onder 2.18 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:843.

Zoals reeds opgemerkt bij onderdeel 2a, heeft FCIB in het kader van de onderbouwing van het op Curaçao gelegen ‘Erfolgsort’ wél betoogd dat het ‘Handlungsort’ van deze onrechtmatige daad in ieder geval gedeeltelijk op Curaçao ligt, omdat de liquidators van de English Claimants op Curaçao aan FCIB hebben voorgespiegeld dat de IP Settlement Agreements zouden leiden tot ‘finality’. Nu FCIB het in rov. 2.16 besloten liggende oordeel dat het zwaartepunt van het onrechtmatige handelen ligt bij het ‘tot leven wekken’ van TWPS niet heeft bestreden en (door onderdeel 2a tevergeefs is bestreden dat) het ‘Handlungsort’ in het Verenigd Koninkrijk is gelegen, is het niet rechtens onjuist of onbegrijpelijk dat het hof (klaarblijkelijk) heeft aangenomen dat de door FCIB genoemde omstandigheid dat het onrechtmatig handelen ook gedeeltelijk op Curaçao heeft plaatsgevonden onvoldoende bijdraagt om, al dan niet in samenhang met de andere door het hof genoemde omstandigheden, te kunnen spreken van een afzonderlijk in Curaçao gelegen ‘Erfolgsort’. Dit oordeel is ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk. Onderdeel 2c faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1b98deff9d2f71431266e8e7e5cc9cc44cc8125e00c56c4e77126327c4ffcb31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1b98deff9d2f71431266e8e7e5cc9cc44cc8125e00c56c4e77126327c4ffcb31, en de alinea staat in dat document op bytes 62175 tot 63354.