Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020

Onder 4.46 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:845.

Te wijzen is nog op de slotopmerking van de cassatieadvocaat van [eiser] bij subonderdeel 2.1 (procesinleiding onder 27), namelijk dat [eiser] op het punt stond om rechtsmaatregelen in de zin van art. 3:316 BW te treffen tegen ASR, maar daarmee heeft gewacht in verband met de uitnodigingen van ASR tot het voeren van gesprekken, teneinde de verstandhouding tussen partijen niet te schaden. [eiser] heeft dit ook in feitelijke instanties aangevoerd. Daarmee heeft [eiser] ook de onderliggende gedachte van art. 6 Implementatiewet onder de aandacht van het hof gebracht, namelijk dat in de situatie dat een partij afziet van het treffen van rechtsmaatregelen omdat hij hoopt op een positief resultaat van de mediation, voorkomen moet worden dat die partij later – als de mediation toch niet slaagt – wordt geconfronteerd met een verjaarde vordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3389c7480d17429455105d36dafd3d424cabc4f1ca8444a8b9135d6bf0ba380e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3389c7480d17429455105d36dafd3d424cabc4f1ca8444a8b9135d6bf0ba380e, en de alinea staat in dat document op bytes 96296 tot 97226.