Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2020
Onder 6.27 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:856.
In het licht hiervan dient te worden aangenomen dat de regel dat de dagtekening van het aanslagbiljet beslissend is, niet onverkort kan gelden bij de toepassing van artikel 11, lid 3, AWR. In zijn arresten van 6 december 1989, nrs. 25888 en 25909, BNB 1990/176 en BNB 1990/177, heeft de Hoge Raad een uitzondering op deze regel aanvaard voor het geval de terpostbezorging van het aanslagbiljet plaatsvindt na de dagtekening ervan. In overeenstemming met de hiervoor beschreven strekking van de aanslagtermijn dient – meer in het algemeen – te worden aangenomen dat de eerder bedoelde regel uitzondering lijdt indien de aanslag pas na de dagtekening van het aanslagbiljet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Voor de toepassing van artikel 5 in verbinding met artikel 11, lid 3, AWR komt de datum van bekendmaking dan in de plaats van de dagtekening van het aanslagbiljet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a724b46830a2c951881996fd39a607db056bb0488930945a6294094c84f7f522. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a724b46830a2c951881996fd39a607db056bb0488930945a6294094c84f7f522, en de alinea staat in dat document op bytes 235653 tot 236550.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a724b46830a2c951881996fd39a607db056bb0488930945a6294094c84f7f522 | shasum -a 256