Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020

Onder 3.15 Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:862.

Ook los van het voorgaande meen ik dat de Eigenaar geen beroep op het door hem gemaakte voorbehoud meer toekomt. Het voorbehoud betreft een uitzondering op de regel dat de klachten reeds in de procesinleiding opgenomen moeten zijn. Indien de stukken aanleiding geven om het cassatieberoep aan te vullen, dient dit met bekwame spoed te gebeuren. Daarbij past niet dat de partij die het voorbehoud maakt, zich passief opstelt. Van die partij mag worden verwacht dat zij zich voldoende inspant om de desbetreffende stukken op korte termijn te ontvangen. Wanneer pogingen harerzijds om de stukken te ontvangen tevergeefs zijn, mag vervolgens worden verwacht dat zij uw Raad hierover informeert. Door de Eigenaar wordt echter in het geheel niets over het gemaakte voorbehoud opgemerkt, zodat er vanuit gegaan kan worden dat hij hiervan geen gebruik meer wenst te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9becdd0d19ae6df9afcdee66de451e510b66d423fc8f030f8ae8750449f877a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9becdd0d19ae6df9afcdee66de451e510b66d423fc8f030f8ae8750449f877a, en de alinea staat in dat document op bytes 19276 tot 20153.