Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020
Onder 2.31 Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:877.
De wetgever heeft het niet nodig geacht — afgezien van het in art. 6:69 BW bepaalde — te regelen hoe het schuldeisersverzuim een einde neemt. Streefkerk noemt een viertal gevallen van beëindiging van schuldeisersverzuim waaronder het in art. 6:64 en 6:266 lid 2 geregelde geval dat tijdens het verzuim van de schuldeiser behoorlijke nakoming door de schuldenaar geheel of gedeeltelijk onmogelijk wordt, indien door schuld van de schuldenaar of zijn ondergeschikte is tekortgeschoten in de zorg die in de gegeven omstandigheden van hem mocht worden gevergd en het geval — onder verwijzing naar Parl. Gesch. Boek 6, p. 212 — dat het beletsel van de kant van de schuldeiser verdwijnt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa5baf8799e40b392c517fcf55e62cd8b8868c6b561076b92cb051aa41aefb06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa5baf8799e40b392c517fcf55e62cd8b8868c6b561076b92cb051aa41aefb06, en de alinea staat in dat document op bytes 91733 tot 92564.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa5baf8799e40b392c517fcf55e62cd8b8868c6b561076b92cb051aa41aefb06 | shasum -a 256