Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020

Onder 3.11.2 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:882.

Engel stelt mijns inziens terecht dat niet is vereist dat de verzekeringnemer nadeel heeft geleden doordat de verzekeraar hem niet (tijdig) heeft gewaarschuwd. Een dergelijk vereiste volgt niet uit de tekst van de wet en de parlementaire geschiedenis wijst niet dwingend op het tegendeel. De toepassing van de waarschuwingsplicht zou voorts worden gecompliceerd indien de verplichting van de verzekeraar om tijdig te waarschuwen afhankelijk zou worden gemaakt van de concrete omstandigheden aan de zijde van de verzekeringnemer. Bij de klachtplicht van art. 6:89 en 7:23 BW spelen de omstandigheden aan de zijde van de schuldenaar/verkoper, waaronder de afwezigheid van nadeel, wel een rol, maar daartoe is ruimte omdat die bepalingen vereisen dat de schuldeiser/koper over een gebrek klaagt ‘binnen bekwame tijd’. De verzekeraar dient echter steeds binnen twee maanden na ontdekking te klagen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18ed48b285d82842a283dce0d3cc3688a2a6ffbe352380800b1b55754349726d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18ed48b285d82842a283dce0d3cc3688a2a6ffbe352380800b1b55754349726d, en de alinea staat in dat document op bytes 36203 tot 37243.