Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020

Onder 3.14.1 Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:882.

De schriftelijkheidseis strekt ter bescherming van de verzekeringnemer en uitkeringsgerechtigde, maar de tweede zin van art. 7:933 lid 1 BW beschermt de verzekeraar. Volgens art. 3:37 lid 3, eerste zin, BW dient een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring, om haar werking te hebben, die persoon te hebben bereikt. De tweede zin van art. 7:933 lid 1 BW stelt buiten twijfel – voor zover dit niet reeds zou volgen uit art. 3:37 lid 3, tweede zin, BW − dat wanneer de verzekeraar de mededeling aan de laatste hem bekende woonplaats van de geadresseerde verstuurt, hem niet kan worden tegengeworpen dat de mededeling op het verkeerde adres is bezorgd of dat de geadresseerde niet meer woont op dit adres.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/18ed48b285d82842a283dce0d3cc3688a2a6ffbe352380800b1b55754349726d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 18ed48b285d82842a283dce0d3cc3688a2a6ffbe352380800b1b55754349726d, en de alinea staat in dat document op bytes 39950 tot 40801.