Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:884.

Van Mierlo heeft voorts – met betrekking tot de registratie van vuistloze pandrechten op roerende zaken – bepleit dat, indien twee akten tegelijkertijd voor registratie worden aangeboden, het voor de hand ligt dat art. 3:21 lid 2 BW zo veel mogelijk naar analogie wordt toegepast. Art. 3:21 lid 2 BW bepaalt dat indien twee inschrijvingen op hetzelfde registergoed op hetzelfde tijdstip plaatsvinden en zouden leiden tot onderling onverenigbare rechten van verschillende personen op dat goed, de rangorde wordt bepaald door de volgorde van de dagen waarop de akten zijn opgemaakt , dan wel, indien beide akten op dezelfde dag zijn opgemaakt en het notariële akten zijn, door de volgorde van de tijdstippen waarop de akten zijn opgemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45, en de alinea staat in dat document op bytes 54553 tot 55406.