Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020
Onder 2.28 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:884.
Een met art. 3:262 BW vergelijkbare wettelijke bepaling ontbreekt voor pandrecht. Ook voor pandrecht bestaat in de praktijk echter behoefte aan de mogelijkheid om wijzigingen te kunnen aanbrengen in de prioritaire rangorde, bijvoorbeeld indien een kredietverstrekker slechts bereid is een noodfinanciering te verstrekken aan een bedrijf in financiële moeilijkheden indien hij daarvoor hoog gerangschikte zekerheid ontvangt. Het zogenaamde ‘lichten’ van het eerste pandrecht – door de eerste pandhouder afstand van zijn pandrecht te laten doen en na vestiging van het tweede pandrecht (dat door de afstand eerste in rang wordt) een nieuw pandrecht te doen vestigen ten behoeve van de oorspronkelijk eerste pandhouder – is vaak geen aantrekkelijke weg wegens de bijkomende risico’s.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45, en de alinea staat in dat document op bytes 66021 tot 66953.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45 | shasum -a 256