Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020
Onder 2.35 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:884.
Ook Schuijling acht de argumenten voor het naar analogie toepassen van art. 3:262 BW op pand overtuigend. Een dergelijke rangwisseling past in het stelsel van de wet en sluit aan bij de in de wet geregelde gevallen (art. 3:262 BW, 3:242 BW en de wijziging van een beperkt recht op grond van art. 3:98 BW). Volgens Schuijling is voorts niet goed in te zien waarom de pandhouders niet evenzeer een afwijkende rang kunnen overeenkomen ten aanzien van de pandrechten die bij voorbaat zijn gevestigd op hetzelfde toekomstige goed. De tussen hen op grond van art. 3:98 jo. 3:97 lid 2 BW geldende rang kan langs deze weg worden gewijzigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45, en de alinea staat in dat document op bytes 74980 tot 75723.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45 | shasum -a 256