Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Onder 2.42 Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:884.

Groot Rouwen acht rangwijziging door middel van wijziging van het pandrecht ex art. 3:98 jo. 3:84 BW echter niet zonder meer mogelijk. De wijziging van de inhoud van een beperkt recht moet worden opgevat als de combinatie van (gedeeltelijke) afstand en (aanvullende) vestiging. De (gedeeltelijke) afstand en de (aanvullende) vestiging, en daarmee de wijziging van de inhoud van een beperkt recht, moeten worden geduid als vormen van beschikken over bevoegdheden. Dogmatisch laat deze duiding van de wijziging van de inhoud van een beperkt recht zich moeilijk verenigen met een rangwijziging. De rang van een beperkt recht is immers geen bevoegdheid, maar een eigenschap waaruit bevoegdheden voortvloeien. De rang van een beperkt recht is bovendien geen eigenschap waarover moedergerechtigde en beperkt gerechtigde vrijelijk kunnen beschikken, in die zin dat zij naar believen elke gewenste rang aan een beperkt recht kunnen toekennen; het is een eigenschap die door het prioriteitsbeginsel wordt gedicteerd, aldus Groot Rouwen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bcd6ca97479f4e66cb96a43962d37ccb494e6a8ba3a73f9544d0fa5aea7da45, en de alinea staat in dat document op bytes 85538 tot 86706.